Na een lange carrière in de bouw is Hans Ramler (67) aangesteld als Professor of Practice bij de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen aan de TU Delft. In die rol wil hij iets herstellen wat langzaam is weggegleden: de verbinding tussen theorie en praktijk.
Hans Ramler werkte zijn hele leven in de bouwsector, bij onder meer Ballast Nedam en BAM. Hier groeide bij door tot bestuurlijke functies en werd hij ingezet als troubleshooter op complexe projecten, zoals de A12 Lunetten-Veenendaal en de Afsluitdijk.
Hij was negen jaar voorzitter van de Betonvereniging (circa 2010–2019) en gaf de cursus voorspantechniek voor constructeurs. Sinds enkele jaren is hij ook actief bij de TU Delft en inmiddels dus als Professor of Practice.
‘Omdat ik het simpelweg te leuk vind om mij bezig te houden met maatschappelijk relevante projecten. Ik werk nu voor de TU Delft en ook als issuemanager op het Pallas-reactorproject en als CTO (Chief Technology Officer) voor ProRail bij de HSL-zuid. Dat is meer dan fulltime, maar het voelt niet zo.
‘Ik werk graag met studenten en jonge mensen, en daarnaast zijn de projecten waar ik aan werk maatschappelijk enorm relevant. Die combinatie van inhoud en impact maakt dat ik hier nog lang niet klaar mee ben.’
‘Eerlijk gezegd: inhoudelijk bijna niets. Ik deed als fellow eigenlijk al hetzelfde werk. Die titel is nu veranderd naar Professor of Practice, omdat die beter wordt begrepen.’
‘Mijn rol draait om het verbinden van theorie en praktijk. Ik geef het vak Construction Technology, organiseer excursies, stages en afstudeerplekken en zorg dat studenten in aanraking komen met projecten.
‘Ook werk ik aan grotere thema’s, zoals integrale veiligheid in de bouw en een nieuw onderzoeksprogramma rond vervanging en renovatie van infrastructuur. Dat laatste is een enorme opgave waar we als sector samen in moeten optrekken.’
‘De afgelopen decennia is de TU Delft sterk geïnternationaliseerd. Dat heeft veel opgeleverd: we staan hoog in de rankings en doen internationaal mee aan de top. Maar er is ook een keerzijde. De aansluiting met de Nederlandse praktijk is minder geworden. Studenten zijn minder “project-ready” en er is minder samenwerking met de markt.
‘Heel plat gezegd: de TU leidt denkers op, en de praktijk moet daar vervolgens doeners van maken.’
‘Door balans terug te brengen. Internationalisering is niet het probleem, het gebrek aan verankering in de praktijk wel.
‘We moeten zorgen voor een gezonde mix: sterke wetenschappelijke professoren en meer professors of practice die de verbinding met projecten maken.
‘Daarnaast wil ik het onderwijs praktischer maken: gastcolleges, excursies. Ik merk dat de markt daar ook op zit te wachten - na mijn benoeming meldden zich meteen mensen die willen bijdragen.’
‘Dat inhoud belangrijk is, maar de menselijke kant nog veel belangrijker. In de bouw werken we in een mannenwereld en daar heb ik mezelf echt moeten leren “gedragen”. Het wordt gevaarlijk als mensen elkaar niet meer durven aanspreken.
‘Veel ongelukken - ook in Nederland - hebben niet alleen een technische oorzaak, maar ook een sociale. Sociale veiligheid is minstens zo belangrijk als constructieve veiligheid. Daarom vind ik het mooi om te zien dat er steeds meer vrouwelijke constructeurs zijn. Zij hebben toch een andere en daarom aanvullende antenne.’
‘Zeker. We willen een tweede Professor of Practice aanstellen, specifiek gericht op integrale veiligheid. Dat gaat dus niet alleen over constructies, maar ook over gedrag op de bouwplaats. Durf je je mond open te doen? Word je gehoord? Dat zijn belangrijke factoren.’
‘Omdat we een van de weinige beroepsgroepen zijn zonder verplicht register. Terwijl vakbekwaamheid en permanente educatie essentieel zijn voor veiligheid.
‘We hebben het Kivi Chartered Engineers en het Constructeursregister, maar minder dan 1 procent van de ingenieurs registreert zich vrijwillig. Dat is echt te weinig. Als we het vak serieus nemen, moeten we daar iets aan doen.’
‘We staan voor een gigantische vervangings- en renovatieopgave. Bruggen en tunnels verouderen, terwijl geld, mensen en tijd schaars zijn.
‘Met het programma Connecting Infrastructures willen we dat slimmer aanpakken: door samenwerking tussen opdrachtgevers, bouwbedrijven, ingenieurs en kennisinstellingen.
Bijvoorbeeld door bruggen eerst te testen en monitoren, zodat we beter weten wat ze nog aankunnen. Misschien hoeven we dan minder te slopen en kunnen we meer renoveren. Dat scheelt enorm in kosten en is duurzamer.’
‘Omdat er een groeiende groep ervaren mensen is die nog graag wil bijdragen. Dat is zonde om niet te benutten.
‘Uiteindelijk moeten jonge mensen het overnemen. Dus het doel is altijd: kennis overdragen. Daar kunnen die ervaren mensen een belangrijke rol in spelen.’
‘Dat de afstand tussen universiteit en praktijk kleiner is geworden. Dat studenten beter voorbereid zijn op echte projecten. Dat sociale en constructieve veiligheid serieuzer wordt genomen. En dat we als sector meer samenwerken, vooral voor de grote V&R-opgave. Want als ik één ding heb geleerd, is het dit: succes bereik je nooit alleen.’
Dit onderzoek ontwikkelt een methode om prefab betonverbindingen te beoordelen met het oog op hergebruik.
De memo van De Bouwcampus laat zien dat de V&R opgave vraagt om een systeemgerichte aanpak, ook van de beton(bouw)sector.
Milieuklassen van beton duiden we aan met een X, een letter en een cijfer. Lees hier wat deze afkortingen betekenen.
Wat kan digitale transformatie de beton(bouw)sector kan brengen?
Verdiep je in de vernieuwde Eurocode 2 en vergroot je kennis voor betere betonconstructies.
Je leert via casussen over staafwerkmodellen, strokenvloeren, progressieve collapse, onderwaterbetonvloeren, diepwanden en verhinderde vervormingen.