Na bijna vijftig jaar aan de TU Delft heeft Klaas van Breugel (74) zijn laatste promovendus begeleid. Daarmee zet hij een punt achter een indrukwekkende academische loopbaan: hij was promotor van 57 promovendi en zat bij meer dan 500 promoties de commissie voor. Een terugblik op een carrière waar beton als rode draad doorheen liep, maar mensen uiteindelijk zijn belangrijkste ‘footprint’ vormden.
Wie Klaas van Breugel hoort praten over zijn loopbaan, hoort geen strak uitgestippeld carrièrepad. Integendeel. Zijn weg naar de TU Delft begon min of meer per toeval.
‘Ik wilde eigenlijk iets met weg- en waterbouw gaan doen,’ vertelt hij. ‘Ik had na de HTS aanbiedingen van aannemers, maar moest eerst in militaire dienst. Toen kreeg ik het advies: ga in de tussentijd maar eens naar de TU Delft. Dat heb ik gedaan, en ik ben er nooit meer weggegaan.’
Wat begon als een tussenstap, groeide uit tot een loopbaan van decennia. Van Breugel begon in 1979 als wetenschappelijk medewerker, werd universitair hoofddocent en later hoogleraar. In die jaren verschoof zijn werk van betonconstructies naar de materiaalkundige kant van beton.
De fascinatie voor het materiaal ontstond al tijdens zijn studie. Een bevlogen afstudeerbegeleider bracht hem in aanraking met de complexiteit van beton.
‘Iedereen denkt: beton wordt hard en daar blijft het bij. Maar het is een ongelooflijk ingewikkeld materiaal,’ zegt hij. ‘Als je er met een microscoop naar kijkt, zie je hoe complex het is, ook op het kleinste schaalniveau. Het is veel moeilijker te beschrijven en te modelleren dan bijvoorbeeld staal.’
Zijn eigen promotieonderzoek richtte zich op verhardend beton: temperatuurontwikkeling, spanningen en scheurvorming tijdens het uitharden. Dat onderwerp – en de onderliggende vraag hoe beton zich in de tijd gedraagt – liet hem niet meer los.
Hoewel beton altijd centraal stond, ligt volgens Van Breugel zijn echte bijdrage ergens anders.
‘Een bouwer kan wijzen naar een brug of een gebouw en zeggen: dat heb ik gemaakt. Op de universiteit is dat anders. Mijn footprint zit in de afstudeerders en promovendi die ik heb begeleid.’
Die footprint is indrukwekkend: voor 57 promovendi was hij promotor, oftewel eindverantwoordelijke. Daarnaast was hij bij meer dan 500 promoties betrokken als voorzitter van de promotiecommissie.
‘Je maakt het laatste stukje mee van iemands promotietraject. Het is grotendeels een erebaan, al wordt van voorzitters wel verwacht dat ze erop toezien dat aan de eisen van wetenschappelijk onderzoek wordt voldaan. En ik doe het natuurlijk niet alleen. Promoveren is teamwork, met een dagelijks begeleider, de promotor en technici in het lab.’
Achter die aantallen schuilt een wereld die vaak onzichtbaar blijft. Promoveren is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een persoonlijk traject van jaren.
‘Je loopt vier of vijf jaar met iemand op. In die tijd kan er van alles gebeuren: ziekte, problemen thuis, moeite met aanpassen aan een nieuwe cultuur,’ vertelt Van Breugel. Hij zag hoe verschillend mensen omgaan met zulke omstandigheden. Bijvoorbeeld tijdens Covid: de één floreerde in afzondering, de ander liep juist vast zonder contact met mensen. Maar ook onder minder extreme omstandigheden geldt: ongeveer dertig procent van de promovendi haalt de eindstreep niet. Dat ligt niet altijd aan de kandidaat.
‘Het wordt vaak onderschat hoe zwaar zo’n traject is. Als je jaren hebt gewerkt en het blijkt een dood spoor, moet je de motivatie maar eens zien te vinden om door te gaan, en het ook nog op te schrijven.’
Een van de meest bepalende inzichten uit zijn carrière kwam verrassend genoeg van buiten de betonwereld. Tijdens een promotietraject van een chirurg die zich specialiseerde in maagverkleiningsoperaties bij obesitas-patiënten, hoorde Van Breugel iets dat hem aan het denken zette.
‘Die chirurg zei: de operatie is maar 10 procent van de oplossing, de rest is gedrag. Zo’n ingreep heeft alleen effect als iemand ook zijn leefstijl verandert. Anders val je gewoon weer terug.’
Voor Van Breugel werd het een treffende parallel met de bouwsector en de uitdagingen rond duurzaamheid.
‘We zijn geneigd te denken dat we problemen kunnen oplossen met techniek alleen. Maar dat is een misvatting. We willen als samenleving blijven groeien: meer, sneller, goedkoper. Maar doorgroeien als je al volwassen bent, is niet gezond. Dat is een ziekte, die om behandeling vraagt. Dan kun je wel wachten op een technische doorbraak die alles oplost, maar die bestaat niet. Zonder verandering in gedrag kom je er niet.’
Die bredere blik probeert hij ook in zijn onderwijs mee te geven. ‘De wetenschap kan veel, maar niet alles. Het is belangrijk dat studenten dat beseffen, en leren nadenken over hun eigen rol daarin.’
Op 5 maart begeleidde Van Breugel zijn laatste promovendus: Bart Hendriks (Rijkswaterstaat). Het onderzoek ging over veroudering van beton – en juist dat ziet hij als een van de belangrijkste vragen voor de toekomst.
‘We experimenteren nu met nieuwe materialen en alternatieve grondstoffen. Beton moet dat allemaal accommoderen. Maar we weten niet wat dat op lange termijn doet,’ zegt hij.
Waar eind jaren zeventig, toen Van Breugel aantrad bij de TU Delft, vooral gebouwd moest worden, ligt de focus nu op duurzaamheid en circulariteit. Dat brengt nieuwe uitdagingen en onzekerheden met zich mee.
‘Hoe robuust blijft ons materiaal als we ermee gaan experimenteren? Dat is een vraag waar wij echt goed over moeten nadenken.’
Naast zijn werk aan de universiteit bleef Van Breugel altijd verbonden met de praktijk, onder meer via zijn rol als docent bij de cursus Betontechnologisch Adviseren.
‘Dan voel ik me weer een beetje HTS’er,’ zegt hij met een glimlach. ‘Je hoort waar mensen in de praktijk tegenaan lopen. En je kunt uitleggen waarom het materiaal zich gedraagt zoals het zich gedraagt. Dat vind ik ontzettend waardevol.’
Die wisselwerking tussen theorie en praktijk ziet hij als essentieel – juist in een sector waarin de vragen steeds complexer worden. ‘Elk jaar denk ik: dit was de laatste keer. Maar toch stel ik me steeds weer beschikbaar als docent. Ik vind het belangrijk, en ik leer er zelf ook weer van.’
Hoewel hij officieel met emeritaat is, is Van Breugel nog altijd actief. Hij zit nog steeds promoties voor, geeft af en toe college en werkt aan twee boeken: een terugblik op zijn werk rond jong beton en een boek over low maintenance infrastructure.
‘Zolang ik me goed voel en het gewaardeerd wordt, ga ik gewoon door,’ zegt hij nuchter.
Stilzitten is er voorlopig niet bij. Want hoewel zijn loopbaan ooit toevallig begon, is één ding duidelijk: de impact ervan was allesbehalve toeval.
Professor of Practice Hans Ramler wil de kloof tussen universiteit en bouwpraktijk verkleinen.
Docent van het Jaar Peter Kruitbosch over het belang van interactie in de klas
In deze uitzending ging Anthony van den Hondel in gesprek met Rob Polder, toonaangevend specialist op het gebied van kathodische bescherming.
Verdiep je in de vernieuwde Eurocode 2 en vergroot je kennis voor betere betonconstructies.
Dit is perfect voor nieuwkomers in de betonsector, zoals chauffeurs of verkopers. Je leert over soorten beton, materialen en verwerkingsmethoden.
Ontdek de wereld van beton gemakkelijk vanuit huis met deze online cursus. Volg twaalf modules vol informatie en toetsen om je voortgang te meten.