Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) vormt de technische basis van de bouwregels in Nederland. Ontwerpers, aannemers, kwaliteitsborgers en toezichthouders gebruiken het dagelijks als referentie. Wijzigingen in het Bbl kunnen grote gevolgen hebben voor bijvoorbeeld maatvoering, detaillering, materiaalkeuze, brandveiligheid, toegankelijkheid en kwaliteitsborging.
In 2026 komen meerdere wijzigingen samen. Sommige zijn concreet en vastgelegd, andere volgen uit Europese verplichtingen zoals de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD IV).
Deze wijzigingen zijn geen losse technische aanpassingen, maar raken de manier waarop wij beton toepassen in woningen, utiliteitsbouw en tijdelijke bouwwerken. Daarom zetten wij de belangrijkste veranderingen op een rij, met concrete gevolgen voor de praktijk.
We behandelen hier een aantal veranderingen in de Bbl in 2026 die meteen of op korte termijn invloed hebben op de beton(bouw)sector.
Het hoogteverschil tussen de binnenvloer en de buitenruimte mag nu nog maximaal 0,02 meter zijn. Nu is 2 centimeter weinig, maar het heeft grote gevolgen voor betonconstructies, vooral voor balkonplaten, galerijen, dakterrassen, vloerranden bij gevels en prefab vloerelementen.
De klassieke oplossing met een duidelijke opstand en dorpel past vaak niet meer. Maar we moeten nog steeds water keren, isoleren en afschot regelen. Oplossingen kunnen zijn verlaagde betonnen dorpels in combinatie met waterdichte systemen, geïntegreerde goten in beton, prefab details waarin afschot en afwatering al zijn opgenomen en strakke maatvoering in het casco.
Voorbeeld: Bij een dakterras op een betonnen breedplaatvloer ontwerpen we de rand zo dat het afschot in de constructieve laag zit, met een geïntegreerde afvoergoot. Zo blijft de overgang laag, maar houden we water buiten.
In de utiliteitsbouw moeten soms voorzieningen worden opgenomen voor beschermde diersoorten, zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit raakt ontwerp en uitvoering, bijvoorbeeld via sparingen in gevels, voorzieningen in dakranden en bevestigingspunten. Hierbij moeten we de toegankelijkheid tijdens onderhoud wel in de gaten houden. Het zal nodig zijn dat de betonconstructeur, (gevel)ontwerper en ecologisch adviseur vroeg samenwerken.
EPBD IV verwijst naar de vierde versie van het Europese Energy Performance of Buildings Directive. Deze is onderdeel van het Europese Green Deal-programma en wettelijk vastgelegd in Richtlijn (EU) 2024/1275. De richtlijn legt een sterkere nadruk op hernieuwbare energie, systeemintegratie, digitalisering van installaties en de rol van opslag. Vanaf mei 2026 moet Nederland deze herziene richtlijn volledig hebben opgenomen in de nationale regelgeving, waaronder het Bouwbesluit (Bbl).
Beton staat niet letterlijk in deze richtlijn, maar wij merken de gevolgen via energieprestatie-eisen, gebouwprestaties en de levensduurbenadering. De Rijksoverheid vermeldt dat er vanaf 2030 regels zijn voor de uitstoot van broeikasgassen tijdens de hele levensduur van een nieuw gebouw. Daar horen bouwmaterialen als beton uiteraard bij. Hiervoor komt er een nieuw meetinstrument: de whole life cycle global warming potential (wlc-gwp). In 2027 zal er een routekaart komen die vertelt welke wlc-gwp-eisen gaan gelden en hoe het daarna steeds lager wordt naar nul uitstoot in 2050. Bestaande utiliteitsgebouwen moeten al voor 2030 aan strengere eisen voldoen, zo zegt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Je kunt je voorbereiden op deze wijzigingen door ontwerpen vroeg door te rekenen, prestaties integraal te bekijken, data vast te leggen in dossiers en materiaalkeuzes te onderbouwen.
Voor hoge gebouwen worden de eisen voor gevelmaterialen aangescherpt. Materialen moeten voldoen aan hogere brandklassen, zoals A2. Dit geldt bij nieuwbouw en bij verbouw. Het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid publiceerde in 2024 al een rapport waarin de belangrijkste lessen opgesomd worden van branden in gevels: risico's zijn niet goed afgewogen, er was te weinig aandacht voor brandverloop, het blussen van branden in gevels is lastig en het kennisniveau over dit soort branden is te laag.
Hoewel beton zelf niet brandt, bestaan gevels ook uit andere materialen voor isolatie, afwerking, bevestiging, afdichting en aansluitingen. Daar kunnen risico’s ontstaan. Praktische aandachtspunten zijn dan ook spouwdetails en branddoorslag, doorvoeren door betonelementen, bevestigingen van gevelpanelen en isolatiematerialen. Naar verwachting gaan deze regels per 1 januari 2027 in, als de testmethode voor het brandgedrag van de gevel is bepaald.
Voorbeeld: Een prefab betongevel met isolatie en afwerking kan op papier voldoen, maar faalt in de aansluiting bij vloerranden of kozijnen. Daar moet je het detail aanpassen, niet alleen het materiaal.
Welke zaken veranderen in de Bbl die de aandacht vragen van mensen die betrokken zijn bij betonprojecten?
Vloerranddetails bij buitenruimten
Geveldetails toetsen op brandklasse en aansluitingen
Ecologische eisen vroeg in het ontwerp betrekken
Energieprestatie koppelen aan constructieve keuzes
Je kunt wijzigingsbesluiten bijhouden via het Staatsblad of de versies van het Bbl vergelijken via wetten.nl. Maar dat is wel wat lastig. Handiger is het om overzichten in de gaten te houden, zoals die van het Informatiepunt Leefomgeving. Zo voorkomen we fouten.
Ja. De eis geldt voor buitenruimten die direct aan verblijfsruimten grenzen, zoals balkons en dakterrassen bij nieuwbouwwoningen.
Wij meten het hoogteverschil tussen de afgewerkte binnenvloer en het afgewerkte niveau van de buitenruimte. Dat vraagt om strakke maatvoering in ontwerp en uitvoering.
Nee. De aanscherping richt zich vooral op hoge gebouwen bij nieuwbouw en verbouw. De exacte toepassing volgt uit de Bbl-artikelen.
Toezichthouders zullen vragen om onderbouwing van materiaalkeuze, brandklasse, aansluitdetails en prestaties op detailniveau.
Wil je meer leren over ontwerpen met beton, volg dan een van onze cursussen in het domein Ontwerp en Constructie. Voor beginners bieden we Basiskennis Beton Constructieleer aan. Constructeurs leren meer over betontechnologie via de cursussen Betonkunde voor constructeurs - Materiaalkeuze voor betontoepassingen en Betonkunde voor constructeurs - Samenstelling van beton(specie) en grondstoffen. Voor een opleiding tot constructeur verwijzen we naar BV/BmS.
Met de Monitoringstool Betonindustrie kunnen we duurzaamheidsdata verzamelen, controleren en terug zien in rapportages, zodat we kunnen verbeteren.
Marc Witbreuk vertelt over Scholz Benelux, dat zich specialiseert in betonpigmenten.
Student Jeroen ten Thije (44) over onze nieuwe cursus Hergebruik Bestaande Constructies.
Je leert over constructieve principes als momentenlijn, dwarskracht en normaalkracht.
Maak bewuste materiaalkeuzes en ontdek hoe je met nieuwe bindmiddelsystemen kunt werken.
Leer alles over betonsamenstellingen en hoe bindmiddelen en toeslagmaterialen op elkaar inwerken.