Nederland teert op wat er is gebouwd, maar we investeren te weinig in instandhouding en vernieuwing. Dat is de belangrijkste conclusie uit het rapport onder leiding van Peter Wennink uit december 2025. We beschikken over een sterke infrastructuur: wegen, bruggen, viaducten en sluizen maakten groei en bereikbaarheid mogelijk. Maar die basis staat onder druk.
Dit raakt vooral ook het onderhoud aan betonnen constructies. Juist daar maken tijd en belasting het verschil tussen beheersbaar onderhoud en ingrijpende renovatie. De vervangingsopgave van de infrastructuur groeit alleen maar.
De kernboodschap van Rapport Wennink is helder: Nederland leeft op opgebouwd kapitaal. Dat geldt ook voor infrastructuur en daarmee de betonconstructies die hier onderdeel van zijn.
Volgens het rapport schuiven we investeringen te lang vooruit. Onderhoud verandert daardoor ongemerkt in noodreparatie. Dat lijkt goedkoper, maar vergroot risico’s. Storingen nemen toe, ingrepen worden duurder en de ruimte om te plannen verdwijnt.
Infrastructuur is volgens het rapport geen bijzaak. Het is een randvoorwaarde voor economische weerbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid. Als die basis verzwakt, werkt dat door in de hele samenleving. Dat maakt onderhoud en renovatie geen kostenpost, maar een investering.
Voor betononderhoud is deze boodschap cruciaal. Veel constructies zitten in een fase waarin tijdig ingrijpen het verschil maakt. Wachten vergroot de opgave en verkleint de uitvoerbaarheid.
De Algemene Rekenkamer laat zien dat het verschil tussen beschikbare middelen en de benodigde instandhouding al jaren groeit. Dat sluit direct aan bij de analyse van het Rapport Wennink. Vooral bij Rijkswaterstaat worden die verschillen zichtbaar over meerdere jaren.
Ook Rijkswaterstaat spreekt inmiddels over een kantelpunt. De cijfers koppelen ze aan een duidelijke boodschap: zonder extra inzet neemt de kans op storingen toe en wordt planmatig onderhoud steeds lastiger.
Het probleem heeft ook de aandacht van de Tweede Kamer, waar de onderhoudsachterstand als structureel probleem benoemd wordt. Het is dus niet alleen een technisch vraagstuk is, maar ook een beleidsmatige keuze.
Alleen is uitstel geen neutrale keuze. Het vergroot kwetsbaarheid en maakt systemen minder voorspelbaar.
De officiële rapportage Staat van de Infrastructuur laat zien dat de de druk heel breed is. Het hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet en het hoofdwatersysteem verouderen tegelijk. Veel objecten zijn gebouwd in de jaren zestig en zeventig, die naderen het einde van hun oorspronkelijke levensduur.
Daarbij verandert het gebruik. Verkeer wordt intensiever, belasting neemt toe en klimaatinvloeden spelen een grotere rol. Dat vergroot de onderhoudsbehoefte.
TNO plaatst dit in context door de schaal zichtbaar te maken. Nederland telt duizenden civiele kunstwerken. Al deze bruggen, viaducten, kades, gemalen en duikers vormen samen één samenhangend systeem. Die omvang verklaart waarom de onderhoudsopgave zo snel groeit.
Beton staat bekend als sterk en duurzaam, maar het is niet onderhoudsvrij. Betonconstructies verouderen langzaam, maar onafgebroken.
Drie processen spelen daarbij een grote rol:
Carbonatatie: Koolstofdioxide dringt het beton binnen en de bescherming van de wapening neemt af.
Chloride-indringing: Zouten bereiken de wapening en versnellen corrosie.
Wapeningscorrosie: Roest zet uit en veroorzaakt scheuren en afspattend beton.
Deze schade begint vaak onzichtbaar. Uitstel betekent dat ingrijpen later zwaarder wordt, wat de kosten en hinder vergroot. Tijdig onderhoud kan deze processen vertragen of stoppen. De Betonvereniging biedt verschillende cursussen aan die je kennis hierover kunnen geven, zie het onderdeel Meer weten.
Wanneer preventief betononderhoud opschuift, verschuift de aandacht naar noodmaatregelen. Dat zien we terug in tijdelijke stempels, afsluitingen en snelheidsbeperkingen. Dat kost geld en veroorzaakt hinder.
Een concreet voorbeeld is te vinden in Amsterdam. De gemeente reserveerde extra budget voor kademuren en bruggen, vaak van beton. Dat voorbeeld laat zien wat het Rapport Wennink bedoelt, dat uitstel problemen zichtbaar, groot en urgent maakt.
De Algemene Rekenkamer laat zien dat tekorten zich opstapelen en TNO rekende door wat dat betekent op lange termijn. De vernieuwingsopgave loopt tot ver voorbij 2050 en zelfs tot 2100. De jaarlijkse kosten voor vervanging en renovatie nemen toe en tegelijk blijft de huidige productiecapaciteit achter bij wat nodig is.
Het Rapport Wennink benadrukt dat investeren in infrastructuur waarde oplevert. Tijdig onderhoud verlengt de levensduur van constructies, verlaagt totale kosten over de levenscyclus, vergroot voorspelbaarheid en beperkt hinder voor gebruikers. Dat vraagt om goede inspecties, betrouwbare data en duidelijke prioriteiten. Niet alles tegelijk, maar wel bewust en planmatig.
De opgave is groot, maar beheersbaar als we keuzes maken:
werk risicogestuurd en begin bij veiligheid
zorg dat objectdata op orde zijn
bundel ingrepen in programma’s
kies passende strategieën per object
reserveer structureel budget voor preventie
Het Rapport Wennink, de Algemene Rekenkamer en beheerders vertellen samen één verhaal: Nederland kan niet blijven teren op het verleden. Uitstel van betononderhoud maakt infrastructuur kwetsbaar en duurder.
Wachten lijkt soms logisch, maar is dat niet. Tijdig onderhoud is geen kostenpost, maar een investering in veiligheid, bereikbaarheid en toekomstbestendigheid.
Kleine schades in beton groeien verder, door veroudering en belasting. Daarom worden ingrepen groter, complexer en duurder als die pas later gedaan worden. Ook leiden ze tot noodmaatregelen en hinder.
Bij beton verlopen schadeprocessen zoals carbonatatie en corrosie langzaam en vaak onzichtbaar. Hierdoor vergoot uitstel het risico vergroot dat schade pas zichtbaar wordt als ingrijpen veel impact heeft.
De vervangingsopgave is heel groot, omdat duizenden bruggen, viaducten, kademuren en andere betonnen kunstwerken tegelijk het einde van hun levensduur gaan bereiken. De investeringen die nodig zijn voor het betononderhoud aan deze infrastructuur, of de vervanging ervan, neemt de komende jaren sterk toe.
Tijdig onderhoud verlengt de levensduur van betonnen constructies, verlaagt de totale kosten over de levenscyclus en zorgt voor meer voorspelbaarheid in planning en uitvoering.
Beheerders kunnen risicogestuurd prioriteren, objectdata op orde brengen, onderhoud bundelen in programma’s en structureel investeren in preventief betononderhoud.
Wil je meer leren over betononderhoud en betonreparatie, volg dan een van onze cursussen in het domein Onderhoud en Reparatie. Als beginner kun je meedoen met Kennismaken met Betononderhoud en Betonreparatie, ook te volgen in een online versie. Wil je specifiek meer weten over kathodische bescherming, volg dan Kathodische Bescherming Module 1.
Weet je al wat meer, dan is een stap naar Uitvoering Betonreparatie voor Middenkader logisch. Voor wie expert wil worden op dit vlak is er de Opleiding Betononderhoudskundige BV. Deze bestaat uit drie cursussen: Basiskennis Beton Technologie, Basiskennis Beton Constructieleer en Betononderhoud.
Voor verdere specialisatie en verdieping kun je terecht bij de cursussen Kathodische Bescherming Module 2 en Hergebruik Bestaande Constructies.
Nederland moet oude betonnen constructies duurzaam en innovatief onderhouden en vervangen om de infrastructuur veilig te houden.
Uitdagingen, strategieën en technologieën voor het onderhouden van waterbouwkundige constructies.
Belangrijke betonschademechanismen zijn corrosie, chemicaliën, vries-dooi cycli, belasting en erosie.
Maak een sprong in je carrière met deze opleiding! Leer alles om betonconstructies te inspecteren en te herstellen voor een duurzamere toekomst.
Volg deze online inleidende cursus op eigen tempo voor kennis over betononderhoud, -reparatie en aantastingsmechanismen.
Zet de volgende stap in je carrière naar projectleider betonreparatie en leer over materieel, bestekken, schadeonderzoek en reparatietechnieken!